Blessurepreventie

Blessurepreventie, Tapen en bandageren, Sportletsel(s)

Blessurepreventie is het gezonde lichaam gezond houden.

Het lichaam (bewegingsapparaat) moet beoordeeld en behandeld worden als het nog gezond is. In het algemeen wordt pas behandeld, als het kwaad al is geschied, er wordt dan behandeld op basis van een blessure. Overbelasting sluipt er vaak langzaam in. Er is nog geen duidelijke blessure, maar de eerste signalen zijn er wel, doch deze worden niet of nauwelijks onderkend. Onderzoek, advies, massage, herstel-bevorderende oefenstof en maatregelen zijn hier dan nodig.

Het aanpassen van het bewegingsapparaat aan de sportbelasting is een “must”. Over het mechanisme van het ontstaan van sportblessures zijn nog een groot aantal vragen onbeantwoord. Mogelijke oorzaken zijn interne, persoonsgebonden (endogene) factoren, zoals hoe bouw ik mijn training verantwoord op, waarom krijg ik last van mijn achillespees bij het hardlopen en externe, omgevingsgebonden (exogene) factoren. Deze laatste hebben meer te maken met de keuze van het materiaal, schoeisel en kleding, ook bodemgesteldheid, klimaat en dergelijke spelen een belangrijke rol.

Blessurepreventie kan onderverdeeld worden in:

1. Primaire-preventie
Het voorkomen van de primaire oorzaak van het ontstaan van blessures, zonder dat er klachten zijn.
2. Secundaire-preventie
Het vroegtijdig ingrijpen bij de eerste tekenen van blessurevorming en overbelasting.
3. Tertiaire-preventie
Het snel nemen van maatregelen bij acute blessures, het geven van een goede behandeling en 
verzorging in alle stadia van de blessure, ook (en vooral) nadat de blessure genezen is.

Ter voorkoming van blessures en ter bevordering van het herstel na blessures kan de sportmasseur de sporter adviseren over:

– Herstel bevorderende oefeningen.
– Spierversterkende oefeningen.
– Rekoefeningen.
– Mobiliteitsoefeningen.
– Stabiliteitsoefeningen.
– Gebruik van medical tape (kinesiotape.) en sporttape
– Aanpassingen in warming-up en cooling-down.
– Aanpassingen in de trainingsarbeid en -intensiteit.
– Trainings- en wedstrijddeelname.

Bandageren en/of (medical) tapen

Dit is een methode waarbij, met behulp van (klevende) bandages en tape, beschadigde weefsels worden ondersteund zodat deze weefsels rust krijgen en kunnen herstellen.

Bij een gipsverband wordt een gewricht helemaal stil gelegd terwijl bij een bandage alleen de bewegingen worden geremd die de beschadigde weefsels belasten. De overige bewegingen worden zoveel mogelijk vrij gelaten, waardoor er nog redelijk tot goed gefunctioneerd kan worden. Er wordt dus selectief geïmmobiliseerd. Buiten het feit dat men kan blijven functioneren zullen de spieren niet verzwakken en blijft het bewegingsgevoel intact.

Bandageren kan men o.a. toepassen bij : distorsies (verstuikingen), kneuzingen, overrekking van gewrichtsbanden (ligamenten), spierscheuren (zoals een zweepslag), peesontstekingen, ontwrichtingen en ribfracturen.

In deze gevallen wordt het gebruikt als (onderdeel van) de behandeling maar het kan ook bij sporters gebruikt worden om blessures te voorkomen en bij verschillende behandelingen als ondersteuning van andere therapievormen zoals oefeningen en training. Buiten de traditionele manier van bandageren wordt er ook gebruik gemaakt van Kinesio-Taping. Deze methode is ontwikkeld door Dr. Kenzo Kase en is de laatste jaren sterk in opkomst.

Bij deze techniek wordt gebruik gemaakt van speciale, rekbare tape. De tape activeert het zenuwstelsel en algemeen circulatiesysteem, waardoor de betreffende spieren en pezen sneller herstellen.

Tapen is heel effectief bij: overbelasting zoals bijvoorbeeld hamstring, quadriceps, knie of achillespees klachten, rug of schouderklachten, elleboog en polsklachten.

Sportletsels: eerste hulp en preventie:

Algemene inleidende richtlijn

Neem als je start met sporten de volgende algemene richtlijnen in acht:
– Kies een sport die bij je lichaam past.
– Raadpleeg bij twijfels of vragen over je lichamelijke geschiktheid om te sporten je huisarts, een erkend keuringsarts of een sport-verzorger/therapeut
– Bepaalde sporten, zoals risico-vechtsporten, mag je pas vanaf een bepaalde leeftijd beoefenen. Informeer je hierover alvorens je start bij een sportclub.

Volg voor, tijdens en na het sporten de volgende algemene aanbevelingen:
– Zorg voor een gevarieerde en koolhydraatrijke voeding (aardappelen, pasta, rijst, brood) en eet voldoende groenten en fruit. vermijd veel vet en suiker. ( zie ook onze pagina (sport) voeding en gewicht, klik hier)
– Draag aangepaste sportkleding en sportbescherming en gebruik geschikt sportmateriaal. Zo kan het intapen van gewrichten nodig zijn voor het beoefenen van bepaalde sporten (bijv. boksen). Een sportarts kan aan sporters met bepaalde aandoeningen bijvoorbeeld ook aanbevelen om sportzolen te gebruiken.
– Zorg ervoor dat je voldoende gegeten en gedronken hebt als je gaat sporten, zeker als je voor een lange periode gaat sporten. Let er wel op dat je aantal uur vooraf eet. Probeer ook na het sporten iets te eten en te drinken. Bij een duursport moet je voor, tijdens en na het sporten voldoende (sportdrank, water) drinken.
– Hou rekening met de trainingsondergrond. Harde ondergrond zorgt namelijk voor een zwaardere belasting van de gewrichten.
– Speel een teamsport altijd op een veilige en sportieve manier en hou je aan de spelregels en aan de regels van fairplay.
– Luister naar je lichaam en probeer niet te veel vooruitgang ineens te maken. Zeker als je al een tijd geen lichaamsbeweging meer hebt gehad, is het belangrijk om rustig een basisconditie op te bouwen. Conditie of uithouding opbouwen vraagt immers een aanpassing van je lichaam. Een zware inspanning mag je voelen, maar mag zeker niet resulteren in pijn of een ernstig ongemak. Je kan gebruikmaken van een hartslagmeter om je inspanning gecontroleerd op te bouwen.
– Werk volgens een trainingsschema dat aangepast is aan jouw specifieke conditie en doelstellingen. Een goede opwarming voor en cooling-down na het sporten zijn heel belangrijk. Stretchen kan een onderdeel uitmaken van de cooling-down.

Je kan een trainingsdagboek bijhouden waarin je de gegevens van je trainingen noteert, zoals de duur en intensiteit van de training, hoe je je voelt (bijv. vermoeidheid, eventuele pijn) en de weersomstandigheden. Hieruit kan je veel leren, ook bij problemen of letsels.

Gun je lichaam na iedere training voldoende rust om te recupereren. Laat als beginnend sporter 36 tot 48 uur tussen elke sportactiviteit en slaap voldoende.

Krijg je toch te maken met een sportletsel, zorg dan voor het juiste eerste hulp materiaal en een goede behandeling. Start pas opnieuw met sporten als je volledig hersteld bent, Kijk of er een goede sport-verzorger/therapeut is die jou hierbij kan ondersteunen !!

Wil je vrijblijvend meer informatie ontvangen of een afspraak maken? Neem dan contact met ons op!